Sanchez
Advocatenpraktijk
Slider

Sanchez Advocatenpraktijk is onafhankelijk, gespecialiseerd advocatenkantoor met nationale en internationale cliënten en praktijk.
De kracht van ons kantoor ligt in de combinatie van hoge kwaliteit, gedreven en enthousiaste advocaten en een interessante tariefstelling.
Onze relaties hechten aan continuïteit van de relatie met advocaten die voor hen werkzaam zijn.

Arbeidsmigratierecht
Arbeidsmigratierecht (tewerkstellingsvergunningen)

Algemeen
De huidige Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsmigratie maakt het voor een werkgever bijzonder moeilijk om een tewerkstellingsvergunning (TWV) te verkrijgen ten behoeve van een werknemer afkomstig buiten de Europese Unie. Het traject dat dient te worden afgelegd voor een TWV zit vol met juridische voetangels en klemmen, waar de aanvrager zich niet altijd bewust van is. Dit kan in veel gevallen leiden tot een afwijzing van een aanvraag door het UWV WERK bedrijf (UWV), het bestuursorgaan dat de aanvraag voor TWV’s in behandeling neemt. Bij het UWV is het een bekend feit dat gemaakte fouten bij het indienen van een aanvraag niet of zeer moeilijk kunnen worden hersteld. Dit heeft alles te maken met de poortwachtersfunctie die het UWV vervult: één van haar wettelijke taken is het beschermen van de Nederlandse arbeidsmarkt.

Verblijfsvergunning en tewerkstellingsvergunning
Om de kansen voor een succesvolle aanvraag aanzienlijk te vergroten, kunt u als werkgever de aanvraag van A tot Z aan ons overlaten. Aangezien met deze aanvraag veelal een traject voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning gelijktijdig dient te lopen, kunnen wij voor u tevens de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) c.q. verblijfsvergunning indienen. Gedurende de doorlooptijd van deze procedures kunnen wij u desgewenst met juridisch advies van dienst zijn met betrekking tot uw aanvragen.
Een tewerkstellingsvergunning als resultaat
Wij stellen alles in het werk om het enige belangrijke resultaat te behalen: een TWV voor u als werkgever. Indien echter de aanvraag onverhoopt wordt afgewezen, kunnen wij een bezwaarschrift indienen en eventueel een procedure bij de rechtbank starten. Indien wij van mening zijn dat een bepaalde aanvraag gezien onze ervaringen bij voorbaat kansloos is, zullen wij u dit duidelijk te kennen geven. Bij het afwegen van alle hierbij betrokken belangen bent u uiteindelijk degene die beslist om een aanvraag voor een TWV al dan niet in te dienen.

Specialist arbeidsmigratierecht
Wij hebben specialisten op het terrein van arbeidsmigratie. Zij weten dan ook precies waarop gelet moet worden bij het indienen van een aanvraag voor een TWV. Uiteraard houden zij hun kennis bij en volgen alle beleidswijzigingen en de rechtspraak op de voet. Gelet hierop is het van belang om in een vroegtijdig stadium – bij voorkeur ruim vóór het indienen van een aanvraag – ons in te schakelen.


BESTUURSRECHT

ALGEMEEN
In dit rechtsgebied gaat het om alle onderwerpen waarmee een burger of ondernemer met de (lagere) overheid te maken kan krijgen.
Denk bijvoorbeeld aan het aanvragen van een tewerkstellingsvergunning, een bouwvergunning. Bij de rechtsbescherming tegen bestuursorganen dient vooral gedacht te worden aan bezwaar- en beroepsprocedures.

WETTELIJKE BASIS
In het bestuursrecht bestaan naast algemene wettelijke bepalingen ook bijzondere bestuursrechtelijke regels. De algemene regels van het bestuursrecht vindt men in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De bijzondere regels van het bestuursrecht zijn te vinden in de bijzondere bestuursrechtelijke wetten, zoals de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de Vreemdelingenwet.

BEGRIPPENKADER
Enkele belangrijke begrippen uit de Awb zijn:
• bestuursorgaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed
• belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken
• besluit: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling
• beschikking: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan • aanvraag: een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen

GESCHILLEN
In het bestuursrecht gaat het om geschillen tussen per definitie ongelijkwaardige partijen: een bestuursorgaan en een burger. Deze partijen zijn ongelijkwaardig, omdat het bestuursorgaan ingevolge de wet altijd belast is met de behartiging van (een aspect van) het algemeen belang. Daartoe is het bestuursorgaan door de wetgever bekleed met openbaar gezag, met andere woorden: de bevoegdheid om eenzijdig en bindend de rechtspositie van de burger vast te stellen.

RECHTSBESCHERMING
In geval een belanghebbende het niet eens is met een beschikking van een bestuursorgaan kan deze hiertegen een bezwaarschrift indienen. Een bezwaarschrift dient in de regel binnen een termijn van zes weken nadat het besluit is bekendgemaakt, te worden ingediend. Het bestuursorgaan dient binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift, welke termijn voor maximaal vier weken kan worden verlengd, een besluit te nemen. Tegen het besluit op bezwaar kan een belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank. Indien er sprake is, gelet op de betrokken belangen, van spoed kan een bestuursrechtelijk ‘kort geding’, oftewel een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend. Alsdan wordt aan de president van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen, zoals een schorsing van het bestreden besluit, hangende de bodemprocedure (bezwaar/beroep).

Sociaal zekerheidsrecht

Algemeen
In Nederland is er een uitgebreid stelsel van wetten en maatregelen op het terrein van de sociale zekerheid. Dit rechtsgebied omvat de regeling van rechten en plichten van werkgevers, werknemers en zelfstandigen met betrekking tot onder andere ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.

Sociale voorzieningen en sociale verzekeringen
Sociale zekerheid heeft tot doel het verschaffen van een inkomensgarantie aan degene die niet of niet meer in staat is om met het verrichten van arbeid in zijn levensonderhoud te voorzien. In het sociaal zekerheidrecht wordt een onderscheid gemaakt tussen sociale voorzieningen en sociale verzekeringen. De sociale verzekeringen worden onderverdeeld in werknemersverzekeringen en volksverzekeringen. Bij sociale voorzieningen gaat het om een voorziening in het bestaansminimum. Te denken valt aan de Wwb, WSW, IOAW en IOAZ. De sociale voorzieningen worden gefinancierd uit de algemene middelen en een eventueel arbeidsverleden is van geen of minder belang. Bij de werknemersverzekeringen is er ten aanzien van de hoogte van de uitkering een relatie met het eerder verdiende loon. Tot de werknemersverzekeringen worden de ZW, WIA, Wajong, WW, TW en de ZFW gerekend. De volksverzekeringen hebben in het geheel geen relatie met een arbeidsverleden. Hiertoe behoren de AOW, ANW, AKW en AWBZ.

Uitvoeringsorgaan
De instantie waarmee iedere werkgever en werknemer te maken heeft, is het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (UWV). Sedert 1 januari 2002 zijn de vijf uitvoeringsinstellingen Cadans, Gak, Guo, Uszo en Sfb en het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) opgegaan in het UWV. Het UWV voert de werknemersverzekeringen uit.

Wet verbetering poortwachter
Met de invoering van de Wet verbetering poortwachter op 1 april 2002 zijn er strikte regels opgesteld ten behoeve van de reïntegratie van werknemers die langdurig ziek zijn. De Arbo-dienst die door de werkgever moet worden ingeschakeld, ondersteunt bij de begeleiding en adviseert over werkhervatting. Op basis van een probleemanalyse geeft de Arbodienst advies over werkhervatting. In het begin van de ziekteperiode moet door de werkgever een plan van aanpak worden opgesteld. In dit plan staan de afspraken die de werkgever en de werknemer gezamenlijk hebben gemaakt over de werkhervatting. Met ingang van 1 januari 2004 zijn de regels aangepast, zo geldt na deze datum een ziektewetperiode van 2 jaar. Wanneer het reïntegratieproces niet overeenkomstig de wet is verlopen, kan dit consequenties hebben voor het vervolgtraject, zoals een verlengde loondoorbetalingsplicht voor de werkgever, de kans op ontslag en een sanctie op de WIA-uitkering voor de werknemer.
Bij geschillen verband houdende met het sociaal zekerheidsrecht worden zowel werkgevers als werknemers bijgestaan. Zo kan voor werknemers bij een afwijzing, intrekking of verlaging van een uitkering een bezwaarschrift worden ingediend. Ook kan met betrekking tot bovengenoemde zaken een procedure worden gestart bij de rechtbank. Werkgevers kunnen worden bijgestaan bij geschillen over bijvoorbeeld het vaststellen van verschuldigde premies, verplichtingen inzake de Wet verbetering poortwachter.

VREEMDELINGENRECHT

ALGEMEEN
Het vreemdelingenrecht is een species van het genus bestuursrecht. Het heeft betrekking op de toelating en uitzetting van vreemdelingen, het toezicht op vreemdelingen die in Nederland verblijven en de bewaking van de grenzen. Het Nederlandse vreemdelingenrecht kenmerkt zich door een restrictief toelatingsbeleid. Vreemdelingen worden dus ontmoedigd om zich te vestigen in Nederland. Een voorbeeld van dit ontmoedigingsbeleid is de Koppelingswet die op 1 juli 1998 is ingevoerd. Als gevolg hiervan worden in Nederland illegaal verblijvende vreemdelingen geheel of gedeeltelijk afgesneden van sociale voorzieningen.

VREEMDELINGENBELEID

Het vreemdelingenbeleid is neergelegd in de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000, het Voorschrift Vreemdelingen 2000, de Vreemdelingencirculaire 2000 en het Soeverein Besluit 1813. Naast de nationale wet- en regelgeving zijn internationale verdragen van belang voor het vreemdelingenbeleid.

TOELATING
De grondslag voor het verlenen van een verblijfstitel is gebaseerd op internationale verplichtingen, de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang of klemmende redenen van humanitaire aard. Om te worden toegelaten dient de vreemdeling te voldoen aan alle eisen die zijn gesteld in het toelatingsbeleid behorende bij de betreffende categorie vreemdelingen. Indien de vreemdeling zich beroept op een internationaal verdrag kan toelating rechtstreeks geschieden. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is belast met het al dan niet verlenen van een verblijfstitel. De IND valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van justitie en is onderverdeeld in verschillende regio’s.

VERBLIJFSTITELS
In de praktijk kan een verblijfstitel worden verkregen op grond van de asielprocedure of de reguliere procedure. Om asiel aan te vragen in Nederland dient de asielzoeker zich te melden in een aanmeldcentrum (AC) alwaar een aanvraag kan worden ingediend. Een vreemdeling kan ook een reguliere verblijfsvergunning aanvragen. In beginsel moet een vreemdeling die Nederland inreist en verblijf voor lange tijd beoogt in het bezit zijn van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Met de mvv kan de vreemdeling een verblijfsvergunning aanvragen. De verblijfsvergunning is gerelateerd aan het verblijfsdoel. Zo kan een verblijfsvergunning worden afgegeven voor het werken in loondienst, het werken als zelfstandige, verblijf bij (huwelijks)partner, familiebezoek langer dan drie maanden, medische behandeling. Naast verblijfstitels voor lange tijd bestaan ook verblijfstitels voor korte tijd. In het laatste geval gaat het om de verschillende typen visa.

WERKZAAMHEDEN
Voor vreemdelingen kunnen alle typen verblijfsvergunningen worden aangevraagd. In geval een mvv moet worden aangevraagd, kan hierin ook worden geadviseerd. Als de IND een aanvraag heeft afgewezen, kan een bezwaarschrift worden ingediend. Indien uitzetting dreigt kan een verzoek om een voorlopige voorziening bij de president van de rechtbank worden ingediend. Bij ongegrondverklaring van het bezwaarschrift kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de rechtbank is hoger beroep mogelijk bij de Raad van State.